Een goud laagje op de tuinvijver in Lelystad wekte nieuwsgierigheid bij een collega van mij (Figuur 1). Het vermoeden was dat dit een bloei van een goudalg betrof.

Figuur 1: Het goudenlaagje op de vijver.
Determinatie
Na het raadplegen van literatuur (Lund 1942 en Starmach 1985) werd duidelijk dat de cellen tot het genus Chromulina L. de Cienkowski 1870 behoren. Dit genus bestaat uit ééncellige organismen met één flagel en één chloroplast. Er zijn twee soorten waarvan bekend is dat deze drijflagen (neuston) vormen in kleine, beschutte watertjes. Dit zijn Chromulina aerophila J.W.G. Lund 1942 en Chromulina ferrea J.W.G. Lund 1942. Aangezien er aan deze ééncellige organismen maar weinig kenmerken zitten lijken de twee soorten veel op elkaar. Engelse algenexpert Kelly (2019) beschrijft in zijn artikel dat een belangrijk verschil tussen de soorten de aan- (C. aerophila) of afwezigheid (C. ferrea) van één pyrenoide is. Verder zijn de afmetingen van C. aerophila iets kleiner dan C. ferrea. Op basis van alle kenmerken in tabel 1 werden de cellen gedetermineerd als Chromulina aerophila. In het monster waren ook cysten aanwezig. De cysten van C. aerophila zijn door Lund (1942) beschreven maar hij vond bij C. ferrea geen cysten, wat niet uitsluit dat C. ferrea cysten kan vormen.
Tabel 1: Overzicht van kenmerken
| Aantal flagellen | Lengte | Breedte | Pyrenoiden | |
| Chromulina aerophila | 1 | 5-9 µm | 4-5 µm | 1 |
| Chromulina aerophila cysten | 0 | 6,8-8,5 | 6,8-8,5 | 0 |
| Chromulina ferrea | 1 | 6,8-11,9 µm | 4,3-5,1 µm | 0 |
| Chromulina mobiele cellen Lelystad n= 100 | 1 | Min 4,6 µm Max 7,0 µm Gem 5,6 µm | Min 4,2 µm Max 6,4 µm Gem 5,2 µm | 1 |
| Chromulina cellen in klonten Lelystad n= 100 | 0 | Min 4,0 µm Max 7,1 µm Gem 5,5 µm | Min 3,6 µm Max 6,3 µm Gem 5,1 µm | 1 |
| Chromulina cysten Lelystad n= 23 | 0 | Min 7,1 Max 9,5 µm Gem 8,3 µm | Min 7,6 µm Max 10,0 µm Gem 8,5 µm | 0 |

Figuur 2: Mobiele cellen, lugol

Figuur 3: Immobiele cellen uit drijflaag, lugol

Figuur 4: Immobiele cellen uit drijflaag, lugol

Figuur 5: Cyst ongefixeerd
Discussie
Bij waterbeheerders wordt meestal alleen onderzoek gedaan naar fytoplankton voor de kaderrichtlijn water (KRW) en blauwalgen voor zwemwater. Dit zijn meestal wateren met een redelijk formaat. Soorten zoals Chromulina aerophila die in kleine watertjes voorkomen worden hierdoor zelden waargenomen. Daarnaast zijn er maar weinig amateurs bezig met algen (sieralgen uitgezonderd). Waarschijnlijk is de soort veel wijder verspreid dan nu bekend, maar simpelweg niet waargenomen door het ontbreken van onderzoek in kleine watertjes.
Literatuur
- Kelly, M.. 2019. Fade to grey… . https://microscopesandmonsters.wordpress.com/2019/07/10/fade-to-grey/#comments geraadpleegd op 6-5-2026.
- Lund, J.W.G. (1942): Contributions to our knowledge of British Chrysophyceae. New Phytologist 41: 274-292, 11 figs.
- Starmach, K. (1985): Chrysophyceae und Haptophyceae. – In: Ettl, H., Gerloff, J., Heynig, H. & Mollenhauer, D. (ed.). Süßwasserflora von Mitteleuropa. Band 1. Gustav Fischer Verlag, Stuttgart & New York, 515 pp. ISBN 3-437-30402-X.

Geef een reactie