In Nederland wordt op veel plekken en door veel instanties onderzoek en monitoring uitgevoerd aan plankton.
Het grootste deel van de planktonmonitoring in Nederland wordt uitgevoerd in het kader van verplichtingen uit nationale en Europese regelgeving.
Kaderrichtlijn Water (KRW)
In de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW, ook bekend als het Water Framework Directive) zijn er verplichte eisen voor het monitoren van ecologische kwaliteitselementen in waterlichamen om de goede ecologische toestand te bepalen. De Nederlandse binnenwateren en de Noordzeekustzone vallen onder de KRW. Fytoplankton is een biologisch kwaliteitselement binnen de KRW en wordt expliciet opgenomen voor bepaalde watertypen, zoals kust- en overgangswateren en stilstaande waterlichamen. Daarbij worden de hoeveelheid en samenstelling van de fytoplanktongemeenschap gemeten.
Zoöplankton is geen standaard biologisch kwaliteitselement binnen de KRW en wordt daarom in veel Nederlandse wateren niet gemonitord. Toch kan kennis over zoöplankton belangrijke inzichten geven in de ecologische toestand van wateren. Daarom wordt er in diverse Nederlandse wateren wel zoöplankton gemonitord, vaak binnen nationale programma’s of voor specifieke lokale doelen.

Kaderrichtlijn Marien (KRM)
De Europese Kaderrichtlijn Marien (KRM, ook bekend als het Marine Strategy Framework Directive) verplicht lidstaten te rapporteren over het behalen van de goede ecologische toestand in mariene wateren. De Nederlandse Noordzee valt onder de KRM. De KRM bevat verschillende descriptoren waarvoor plankton wordt gemonitord. Voor descriptoren D1 Biodiversiteit en D4 – Voedselwebben zijn planktonindicatoren ontwikkeld die helpen bij het evalueren van de algemene toestand van soorten en habitats (D1) en de structuur en functie van voedselwebben (D4). Hierbij wordt gekeken naar de hoeveelheid en samenstelling van zowel fytoplankton als zoöplankton. Voor descriptor D5 – Eutrofiëring wordt fytoplanktonbiomassa en -samenstelling gemonitord, wat inzicht geeft of er overmatige algengroei plaatsvindt in zee als gevolg van eutrofiëring (overbemesting). Planktonmonitoring kan daarnaast inzicht geven in de vestiging en verspreiding van niet-inheemse soorten (exoten) voor descriptor D2 – Niet-inheemse soorten.

Programmatisch onderzoek
Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW)
Naast de routinematige monitoring voor Europese richtlijnen KRW en KRM wordt er in diverse Nederlandse wateren ook aanvullend onderzoek uitgevoerd.
Het doel van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) is om de ecologische waterkwaliteit te verbeteren en de natuur te versterken in onze grote wateren: het Waddengebied, het IJsselmeergebied, het Rivierengebied en de Zuidelijke Delta. Planktononderzoek kan meer inzicht geven in het functioneren van de ecosystemen van de grote wateren en de stappen die nodig zijn om een goede ecologische waterkwaliteit te bereiken. Daarom wordt er in diverse grote wateren onderzoek gedaan aan plankton, bijvoorbeeld:
- Monitoring van primaire productie en fytoplanktonsamenstelling in het Markermeer en de Zuidwestelijke Delta
- Monitoring van zoöplanktonsamenstelling in deelgebieden van de Marker Wadden
MONS programma Noordzee
Het doel van het MONS programma is om inzicht te geven in de veranderingen die op de Noordzee kunnen en zullen gaan plaatsvinden als gevolg van de transities die reeds gaande zijn (energie, voedselvoorziening en natuur), gecombineerd met factoren als klimaatverandering, verzuring en autonome veranderingen. Al deze ontwikkelingen zullen leiden tot veranderingen in het ecosysteem van de Noordzee, beschermde habitats en populaties van diverse beschermde soorten. Monitoring en onderzoek aan plankton is een groot onderdeel binnen MONS. Zo worden er verschillende PhD onderzoeken uitgevoerd rondom plankton en is er een aanvullende monitoring van zooplankton opgestart op de Noordzee. Het MONS programma werkt in opdracht van het Noordzeeoverleg.

Zwemwaterkwaliteit
Op honderden plekken in Nederland waar gezwommen wordt in open water wordt de kwaliteit van het zwemwater gemonitord. Hoge concentraties van sommige planktonorganismen, met name blauwalgen, kunnen zorgen voor een slechte zwemwaterkwaliteit en een negatief zwemadvies. Met planktonmonitoring kan de ontwikkeling van blauwalgen in zwemwater worden gevolgd en kan inzicht worden verkregen in de factoren die ervoor zorgen dat blauwalgenbloeien optreden in zwemwater.

Biologische bewaking
Waar de rivieren Rijn en Maas Nederland binnenkomen monitort Rijkswaterstaat continu, dag en nacht, de kwaliteit van het binnenkomende rivierwater via het meertnet AQUALARM. Dit systeem is zo opgezet dat bij een calamiteit (vervuiling) drinkwaterbedrijven zo snel mogelijk gewaarschuwd kunnen worden en eventuele bronnen van vervuiling opgespoord kunnen worden. Monitoring van plankton speelt een belangrijke rol in deze monitoring:
- Met flow cytometrie wordt continu de samenstelling van algen in het rivierwater gemonitord. Bij afwijkingen wordt er een alarm afgegeven.
- Waar Rjjn en Maas Nederland binnenkomen, in Eijsden en Lobith wordt een biologisch bewakingssysteem met watervlooien (Daphnia) gebruikt. Door een glazen meetkamer met watervlooien stroomt continu rivierwater. De watervlooien worden met een camerasysteem continu in de gaten gehouden. Gaan de watervlooien zich afwijkend gedragen kan er een probleem zijn met de waterkwaliteit en volgt er een alarm!
